De empathische kant voorop

Zet kwetsbare mensen niet apart, maar gebruik de zorgtransitie om de hele community om hen heen te versterken. Dat bepleit Erik Dannenberg, voorzitter van de selectiecommissie voor de Praktijk­Voorbeelden­Parade en voorvechter van de inclusie-maatschappij. Een vraaggesprek.

Erik Dannenberg

Met de deur in huis – wat is uw eigen favoriete transitie-voorbeeld?

“Ik vind Waddinxveen ijzersterk, vanwege hun totale ontschotting van budgetten tot één totaalbudget. Niet meer ‘dit potje is voor WMO en dat voor jeugd’, maar met burgers in gesprek gaan, met vervolgens één plan, één beschikking, één kassa. Dat gaat dus veel verder dan alleen één loket aan de voorkant, hun complete bedrijfsvoering is erop ingericht. Dat is denk ik echt waarop burgers zitten te wachten. Het is de grootste vernieuwing die ik heb gezien. Interessant is: je ziet zulke voorbeelden vaker bij kleine gemeenten.”

Hoe verklaart u dat?

“Schaalverschil. De grote lossen dezelfde vragen anders op. Den Haag heeft bijvoorbeeld nog steeds een aparte Dienst Werk en Inkomen, maar met een geweldige aanpak van jongeren met schulden die ze weer naar school en aan het werk krijgen. Zij handelen dus op specifieke thema’s, maar wel goed. Een andere verschijningsvorm van vernieuwing, die ook werkt.
Andere gemeenten hanteren de ‘erop af’ aanpak, gericht op burgers waar ze nooit wat van horen. Er is kortom niet 1 model dat als enige ‘deugt’. Daarom is het zo goed om als gemeenten met elkaar in gesprek te gaan.”

U stelde net: de burger zat op de transitie te wachten. Waaruit bleek dat?

“Uit boosheid in de samenleving, bijvoorbeeld bij mensen met een chronische aandoening. Die elke keer opnieuw hun verhaal moeten doen, ziekte aantonen, zichzelf verantwoorden. Het ging steeds over beperkingen, over wat ze niet konden. Ze werden tegemoet getreden in bewoordingen als ziektebeeld, stoornis, gebrek. Terwijl ze gewoon maatschappelijk mee willen doen, als volwaardig burger.”

Elders zei u al eens: vraag niet wat een burger mankeert, maar wat onze samenleving mankeert dat niet iedereen kan meedoen. Wat is volgens u het antwoord?

“We misten de community-benadering, zagen kwetsbare individuen met een aanvraag in het zorgverzekeringsstelsel in plaats van een heel ecosysteem om hen heen dat je wilt versterken.
Ik heb dat in Canada gezien en was er ondersteboven van. Daar is nauwelijks speciaal onderwijs. Toronto heeft zes miljoen inwoners en maar 100 kinderen in aparte scholen. In Nederland zijn dat er 125.000. Ook ernstig gehandicapte kinderen zitten in Canada in kleine klassen in normale scholen. Ze lossen dat op met extra deskundigheid binnen de school en steun van het netwerk van andere ouders en kinderen eromheen.
Wij moeten ook weer normaliseren. Terug naar de wijk, de school, het gezondheidscentrum, het bedrijf. Het mooiste zou zijn als er voor mensen met complexe aanvragen in eerste instantie geen formulier is, maar een echt gesprek. De empathische kant voorop.”

Waarom gaat dat laatste nog vaak mis?

“Ik zie veel projecten na een goed begin terugvallen op oorspronkelijke afdelingen en geldkokers. De ‘blauwe mensen’ gaan dan toch weer op beheersing sturen, wat minder voorzieningen hier, de drempel iets hoger daar. Bij schuldhulpverlening: “Uw problemen zijn nog te licht, komt u later maar terug”. Of de ene afdeling legt een strafkorting op bij een gezin waar het fout gaat, terwijl de andere bezig is een uithuisplaatsing te voorkomen. Ze kijken dus nog niet altijd vanuit het totaalplaatje.

Soms is het ook het Rijk. Dat heeft deze grote omwenteling weliswaar mogelijk gemaakt en er veel geld voor beschikbaar gesteld. Toch gaat het soms weer vanuit een specifiek beleidsterrein gemeenten om verantwoording vragen. Dat kan remmend werken.

Gelukkig zie ik op decentraal niveau veel dapperheid, bijvoorbeeld een wethouder en een hoofd sociaal domein die pal staan voor een schitterend plan dat de participatiewet op een of twee puntjes overtreedt. Dat maatwerk durft te leveren. Niet vraagt: past het binnen de kaders van alle regels, maar: helpt het deze inwoners?”

Hoe krijg je gemeente-professionals die dat nog moeilijk vinden ook zover?

“We hopen met de early adopters een ‘nieuw normaal’ te creëren. Dat je bij gemeenten waar het nog niet goed gaat bijvoorbeeld raadsvragen krijgt: waarom kan het bij de buurgemeente wel en zijn hun burgers er tevreden over? Bij aangaan van grote veranderingen helpt het naar je buren te kijken, samen de stap naar voren te zetten en te leren van elkaar. Niet alleen door eigen successen te delen, maar juist ook problemen, mislukkingen en haperingen.”

Lukt dat? Mensen delen makkelijker successen dan tegenslagen.

“Toch is dat laatste nog waardevoller. Een voorbeeld. Toen het stadskantoor Zwolle verbouwd zou worden naar een flex-concept, hebben we andere gemeenten bezocht om te horen hoe dat daar was gegaan. Enschede had zo’n eerlijk verhaal: mensen zijn boos en verdrietig, dit en dat is allemaal niet goed gegaan… Gelukkig kwam het uiteindelijk goed, maar ik weet nog hoe ongelooflijk gaaf en collegiaal wij het vonden dat ze dit durfden te delen. Dan stijg je boven jezelf uit en kijk je naar het belang van alle gemeenten.”

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *