Inclusief Dalfsen: Denkt u ook mee?

Op 11 februari heeft er in de Trefkoele+ in Dalfsen een eerste bijeenkomst plaats gevonden omtrent het thema “Inclusief Dalfsen”, georganiseerd door de Participatieraad van Dalfsen.

Het doel van deze eerste bijeenkomst is om informatie op te halen, te inventariseren wat er bekend is binnen onze gemeente over het begrip inclusiviteit. En hoe we denken dat daar vorm aan gegeven kan worden. Aan deze avond werd deelgenomen door leden van het gehandicapten platform en de werkgroepen bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar (BTB), andere belangstellenden, mensen van de gemeente Dalfsen, en leden van de participatieraad Dalfsen.

 De avond is begonnen met de presentatie door Celesta van den Brandhof over haar onderzoek naar Inclusiviteit in Dalfsen. Na een korte inleiding vanuit het oogpunt van de gemeente hebben we in drie groepen gediscussieerd over :

“Hoe kijken we aan tegen inclusie”. Wat wordt er bijvoorbeeld in de gemeente er al gedaan aan inclusie, zonder dat we ons dat bewust zijn. “Kunnen er goede voorbeelden van inclusie gegeven worden”. Hoe zou volgens jullie inclusie eruit moeten zien? En wat hebben we nodig om een beeld van Dalfsen te krijgen met betrekking tot inclusie?

 Er werd druk en levendig gediscussieerd binnen de drie groepen. Inclusie is een breed en moeilijk begrip, maar het betekent niet meer dan dat niemand zich buiten gesloten mag voelen.

Bij inclusie moet je denken aan toegankelijkheid voor iedereen, ongeacht de beperking die je hebt of die nu lichamelijk is of komt door een laaggeletterdheid. Aan eenieder moet de ruimte geboden worden om mee te kunnen doen binnen zijn mogelijkheden en rekening houdend met zijn beperkingen. Betrokkenheid van de buurtbewoners; omgaan met verschillen; belangstelling hebben voor het individu. Inclusiviteit gaat ook over normen en waarden.

 Binnen de gemeente Dalfsen wordt al het een en ander gedaan aan inclusie zoals bv. goed noabershap en de aanwezigheid van een bruggenbouwer.

Kan er dan nog meer gedaan worden? Ja! De gemeente moet een aanzet geven tot meer bewustwording bij de burgers.

We zullen als totale gemeenschap het gesprek met elkaar moeten aangaan. Wat willen de mensen zelf? Ga eens kijken bij de buren (buurt gemeenten) wat zij doen aan inclusiviteit. Ga dingen zelf beleven alsof je een beperking hebt en merk of je letterlijk dan wel figuurlijk buitengesloten wordt.

 Wilt u ook graag meepraten over Inclusief Dalfsen? Heeft u ideeën over de inclusieve samenleving of wilt u ervaringen met ons delen? Laat het de participatieraad weten per email participatieraad@dalfsen.nl of telefonisch op 06-40929763. Wij nemen dan contact met u op.

 

De samenleving verandert. En niet iedereen kan daarin meekomen

Interview

Er is sprake van een nieuw soort ongelijkheid, schrijft Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, in zijn deze week verschenen boek ‘Veenbrand’. ‘Er wordt heel veel tegelijkertijd van ons verwacht. Daardoor ontstaat een scheidslijn: wie kan daar wel en wie kan daar niet mee omgaan?’

De krantenkoppen laten precies het probleem zien dat Kim Putters wil bespreken. Het gaat deze woensdag over de hogere energierekening, over het kabinet dat beweerde dat de stijging mee zou vallen en over de vraag of de klimaatdoorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving wél kloppen. Allemaal belangrijk, zegt Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). “Maar vragen als hoe hoog de energierekening nu precies is, of hoeveel koopkrachtpunten we er gemiddeld op vooruit gaan, maskeren vrij snel de grote problemen van deze tijd.”

Over die werkelijke problemen schreef Putters het deze week verschenen ‘Veenbrand’, een analyse van wat hij de ‘smeulende kwesties’ noemt in de samenleving. “De optelsom is dat we in een overgang zitten naar een ander type samenleving”, begint hij. “Daarin staan niet alleen onze arbeidsrelaties onder druk – we zijn echt op een andere manier ons werk aan het inrichten – maar ook onze sociale relaties. We communiceren anders en dat heeft sociale en culturele gevolgen. Ook ons politieke systeem staat onder druk. Is er nog wel verbinding tussen samenleving en politici?”

Nu is het kenmerk van een veenbrand juist dat die onzichtbaar is. In een poging het onzichtbare zichtbaar te maken, bespreekt Putters op ons verzoek een aantal actuele krantenkoppen. Wat zeggen deze krantenkoppen over het ­Nederland waar we in leven?

‘Energie is nu een luxe’ (De Telegraaf, 20 februari 2019)

Nederlandse huishoudens maken zich grote zorgen over de stijgende energierekening, schrijft De Telegraaf. “Ordinaire centenpikkerij”, aldus een gezin.

Putters: “Deze krantenkop laat zien: er kunnen nieuwe scheidslijnen ontstaan. Het klimaatdebat is heftig en dat komt doordat er een sociale kant aan zit. Wanneer we maatregelen nemen om van het gas af te gaan of anders auto te rijden, moet ook de vraag aan bod komen: wie kan dat betalen? Wat gaat dat voor verschillende groepen betekenen? Dat zijn de vragen die dit artikel opwerpt.”

In zijn boek benoemt Putters de focus op economische groei als een van de smeulende kwesties in Nederland. Die focus leidt volgens hem af van het maatschappelijk onbehagen over allerlei grote veranderingen, inclusief die veranderingen die nodig zijn om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

 Is er een ­betrouwbare overheid waar je op kunt ­rekenen? Daar heb ik wel ­zorgen over

Kim Putters

“Als ik het heb over brede welvaart, bedoel ik dat we er niet meer mee wegkomen om alles te vertalen naar koopkrachtpunten”, zegt Putters. Terwijl hij naar De Telegraaf wijst: “Uiteindelijk gaat deze discussie niet alleen over duurzaamheid. Het gaat over de manier waarop we leven en werken. Dáár hebben we het te weinig over. Natuurlijk is het goed om te kijken wat er technisch kan en wat een goede beleidsmaatregel is. Maar de vraag wie er makkelijk en minder makkelijk meekomen, moet niet het sluitstuk zijn.”

“Niemand wil dat er straks een grote groep mensen is die niet mee kan komen en daardoor een minder goede woning heeft, minder gezond is en minder toegang heeft tot dat wat goed, gezond en duurzaam is. Maar om dat te voorkomen moet er wel iets gebeuren. Het risico is dat we te snel gaan, dat we te weinig kijken naar wat bepaalde groepen in bepaalde wijken wel en niet ­kunnen.”

Het kabinet wist het zeker. Maar het zat ernaast. (Trouw, 20 februari 2019)

Of energie een luxe wordt of niet, nu blijkt dat het kabinet ten onrechte volhield dat de stijging van de energiekosten mee zou vallen is er twijfel over meer beloftes. Een kroniek van een aangekondigde blunder, tekent deze krant op.

Putters: “In Nederland hebben we een overheid waarop we moeten kunnen vertrouwen. In ruil daarvoor betalen we belasting en zijn we bereid om politici de macht te geven. Dat is cru­ciaal in wat ik in mijn boek ons ‘sociaal contract’ noem. Zo hebben we het geregeld. Daar denken we niet echt over na, maar het maakt dat we in vrijheid kunnen leven en dat we welvaart delen. Dat zijn twee heel belangrijke dingen.”

Vertrouwen is daarbij cruciaal, zegt Putters, en dat brokkelt af als de overheid beloftes niet na kan komen en als de verbinding tussen groepen in de samenleving minder wordt. Ons huidig sociaal contract lijkt uitgewerkt, betoogt hij in zijn boek. In een wereld die individualistischer wordt en waar compromissen worden uitgelegd als kiezersbedrog is het wellicht tijd de rollen opnieuw te verdelen.

We gaan op in de waan van de dag. Ik denk dat de samenleving vraagt om een toekomstvisie

Kim Putters

Putters: “We hebben nog steeds een heel stevig sociaal contract in ons land. Dat vergeten we weleens. In andere landen staat het vertrouwen in de politiek meer onder druk dan bij ons. Maar: zeker voor grote vraagstukken als duurzaamheid of integratie is het belangrijk dat we vertrouwen houden dat er met ieders belang rekening wordt gehouden. Dat is de kern.

“Neem de rechtsstaat. Daar heb je vertrouwen in als je erop kunt rekenen dat jouw belang ertoe doet. Dat betekent niet dat jij altijd je zin krijgt. Maar wel dat jij, of je nu elektromonteur bent of de minister-president, er vertrouwen in hebt dat je wordt gehoord. En daar twijfelen mensen aan. Er lopen scheidslijnen tussen praktisch opgeleiden en academici, tussen mensen met veel of minder geld, of tussen mensen met en zonder migratie-achtergrond. Dat zet het sociaal contract onder druk.

“Uiteindelijk kom je uit bij de vraag: is er een betrouwbare overheid waar je op kunt rekenen? Dat is een vraagstuk waar ik wel zorgen over heb. Iedere samenleving kent mensen die het wat beter en wat minder goed hebben. Maar diepe scheidslijnen zorgen voor conflict en polarisatie.”

Klimaatactie lijkt ‘meer een vwo-dingetje’ (Trouw, 7 februari 2019)

Het lijkt wel, schreef deze krant, of het klimaat bij vwo’ers veel meer leeft dan bij vmbo’ers. Op de landelijke actiedag van scholieren waren het vooral de vwo’ers die kwamen opdagen.

Putters: “Ik denk dat boodschap één hierbij is dan we ons moeten realiseren: hier wordt aan de eettafel over gesproken. Klimaatverandering is niet zomaar een dingetje.”

Hij benadrukt elk woord: “Hier wordt over gesproken. Dat is zo’n belangrijke constatering omdat het betekent dat het hier niet alleen om scholieren gaat. Het gaat ook om de manier waarop hun ouders over dit onderwerp praten, en hun grootouders.”

Nederland wordt steeds minder inclusief, schrijft Putters in zijn boek. Er is sprake van een nieuw soort ongelijkheid. Het gaat niet langer over de aloude have en have nots, inmiddels is de vraag: wie kan er wel meekomen in de snel veranderende wereld, en wie niet? Putters noemt het de cans en cannots. Dan blijkt dat de groepen die op achterstand staan er steeds verder op achteruitgaan, terwijl de mensen die het mee zit in een steeds sneller tempo vooruit schieten. Met andere woorden: de ongelijkheid neemt toe.

Maar in de snelheid van vandaag moeten jij en ik alles tegelijk doen. Dus je mag wel ziek zijn maar je moet ook werken, blijven leren, en je ouders mantelzorg geven

Kim Putters

Putters: “Wat belangrijk is in die cans en cannots, en wat steeds belangrijker is in die veranderende samenleving, is dat jij je weg kunt vinden. Dat je weet hoe de systemen werken, waar je moet zijn met vragen. Onze verzorgingsstaat is georganiseerd langs de have en have nots: als jij een laag inkomen hebt, zorgen we dat je met toeslagen gecompenseerd wordt. Als je ziek bent, hebben we geregeld dat je thuiszorg krijgt. Dat heeft lange tijd de mensen die kwetsbaarder zijn, geholpen om mee te doen.

“Maar in de snelheid van vandaag moeten jij en ik alles tegelijk doen. Dus je mag wel ziek zijn maar je moet ook werken, blijven leren, en je ouders mantelzorg geven. Er wordt heel veel tegelijkertijd van ons verwacht. Daardoor ontstaat een nieuwe scheidslijn, namelijk: wie kan daar wel en wie kan daar niet mee omgaan?

“Ik denk dat deze krantekop uitnodigt tot een nadere analyse. Zeg je bijvoorbeeld ook dat vmbo’ers zich niet druk maken over het klimaat? Of zeg je dat ze dat zouden moeten doen? Of zeg je: ze maken zich er wel druk om, maar ze zijn minder mondig? Of zeg je: ze worden minder goed gehoord?

“Het is ook nog zo, en dat zien we vaker, dat de mensen die het meest van zich laten horen niet per definitie de mensen zijn die als eerste de gevolgen ondervinden van beleid. Zouden deze scholieren zich realiseren dat ze ook opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen, of denken ze daar niet over na? Het zou goed zijn als media ook die vragen stellen.”

Hoe opgebrand is Nederland? (de Volkskrant, 3 januari 2019)

Veel Nederlanders kampen met burn-outs en stress, schreef de Volkskrant aan het begin van het jaar. De krant maakt een inventarisatie van oorzaken en ­remedies.

Putters: “Ja, dit is een treffende. Door alle veranderingen op de arbeidsmarkt, maar ook in de manier waarop we leren of zorgen, is er echt iets wezenlijks veranderd. De combinatiedruk is toegenomen en dat zal niet weggaan. We hebben niet meer één baan die we veertig jaar lang behouden. Inmiddels hebben heel veel mensen in ons land een combinatiebaan en de ouder wordende samenleving brengt voorlopig nog met zich mee dat de jongere generaties heel veel meer moeten gaan zorgen voor hun ouders.

“Die combinatie van trends die niet weg zullen gaan, maakt dat we manieren moeten vinden om alles wat er van ons verwacht wordt behapbaar te houden. Je kunt niet altijd blijven stapelen. Er zitten 24 uur in een dag, zeven dagen in de week.

“Dat betekent bijvoorbeeld dat werkgevers mantelzorg bespreekbaar moeten maken. Jonge mensen die net aan hun carrière beginnen, durven niet altijd meteen aan de orde te stellen dat ze moeten zorgen voor hun moeder, of voor hun broer. Maar uit een recent onderzoek van ons over werkende mantelzorgers bleek dat alleen al de vraag stellen wat iemand nodig heeft enorm kan helpen.

Maar mijn zorg is dat we heel snel over gaan tot de orde van de dag. De veenbranden worden voor een deel verergerdomdat we opgaan in de waan van de dag.

“Dit is een groot vraagstuk en het heeft alles te maken met de grote veranderingen in de samenleving. Wat ik op macroniveau de overgang noem naar een ander type samenleving, zie je hier op microniveau: in het dagelijks leven moeten we continu alles combineren.”

Maar, is ook de boodschap van Putters, we kunnen nog voorkomen dat de veenbrandjes straks uitslaande vlammen worden. “Maar dat vraagt best wel wat. De politiek staat voor de uitdaging om niet steeds naar aanleiding van incidenten politiek te bedrijven, maar om ons mee te nemen in die grote kwesties waar we nu voor staan. Wat betekent brede welvaart, waar willen we uitkomen? Wat betekent de inclusieve samenleving over tien jaar?”

Het kabinet is wel bezig geweest met dergelijke vragen, bijvoorbeeld door Putters uit te nodigen bij de coalitieonderhandelingen of door het CBS te vragen om een ‘monitor brede welvaart’. Putters: “Maar mijn zorg is dat we heel snel overgaan tot de orde van de dag. De veenbranden worden voor een deel verergerd omdat we opgaan in de waan van de dag. Debatten over zzp’ers of een toeslag hier en daar zijn allemaal onderdeel van een veel groter vraagstuk waar je een beetje visie op nodig hebt. Ik denk dat de samenleving vraagt om een toekomstvisie.”

Bijzonder hoogleraar

Kim Putters (1973) is sinds 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar beleid en bestuur van de zorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Verder is hij onder meer kroonlid van de Sociaal-Economische Raad. Voor 2013 was hij senator voor de Partij van de Arbeid.